Een blauweregen van tweehonderd jaar

Gepubliceerd op 31 maart 2025 om 12:54

door Kiki Coumans

Ik mag dan inmiddels een kwarteeuw bezig zijn met het lezen, bestuderen, beschrijven en vertalen van boeken van de meest uiteenlopende schrijvers (van moderne klassieken als Apollinaire, Marguerite Duras en Jean Genet tot de allerprilste debutanten), het bezoeken van schrijvershuizen,
-dorpen of -musea heeft me nooit speciaal aangetrokken.

Er was een tijd dat ik haast euforisch Proust las, maar ik hoefde niet zo nodig madeleines te eten in Illiers. Een tentoonstelling in de Parijse Bibliothèque nationale over zijn handschriften, daar laafde ik me dan weer wél aan. En met mij misschien vele (tien)duizenden Fransen, wat ook zo geweldig is aan dat land. Kom er in Nederland maar eens om, drommen mensen die zich verdringen om een handschrift van een schrijver van dichtbij te bekijken…!

Toch kwam ik gelukkig ooit tóch in de verleiding om het geboortedorp van Colette te bezoeken. Ik had twee romans (onder één kap) van haar vertaald voor de mooie reeks De twintigste eeuw van Atlas, en stelde daarna een Privédomein samen met autobiografische teksten die samen een beeld van het kleurrijke leven van Colette geven: De eerste keer dat ik mijn hoed verloor. Toen ik tijdens een van mijn verblijven in Parijs per toeval ontdekte dat er uitgerekend om de hoek van mijn appartementje een bus naar Colettes (piepkleine) geboortedorpje Saint-Sauveur-en Puisaye vertrok (’s zomers twee keer per week, ’s winters één keer), dacht ik: misschien toch de moeite waard. Twee uurtjes in de bus, nachtje in de Bourgogne slapen en weer terug (het was zomer). Wie weet was het toch inspirerend om even in de omgeving van het dorp rond te wandelen, de bossen waar de kleine Colette regelmatig in haar eentje rondstruinde? ‘Het huis van mijn moeder’ zou ik onmiddellijk herkennen op grond van de vele foto's die ik ervan had gezien, en de beschrijvingen die ik eigenhandig had vertaald:

Een groot en statig huis, bars met zijn weeshuisbel en zijn koetspoort met een grote grendel als een oud kerkerslot; een huis dat alleen aan de tuinkant glimlachte. De steile helling van de straat ondermijnde de statigheid een beetje doordat het bordes mank was: aan de ene kant zes treden en aan de andere kant tien.

Het ouderlijk huis, door Colette beschreven: ‘chambres de mes frères,
le salon, la chambre de mes parents, ma petite chambre’

Toen de bus me na een dollemansrit langs de grote weg had uitgespuugd en ik op het dorpje afliep, begon ik het toch wel bijzonder te vinden. Die school daar rechts, daar had Colette dus als kind op gezeten? Even een blik naar binnen werpen. En dat mooie kerkje, vreemd laag en langwerpig, dat haast als een hond in het gras leek te liggen: door die mooie flesgroene glas-in-loodramen had Colette ook ooit (ongetwijfeld verveeld) gekeken... Het ouderlijk huis van de familie Colette lag op een steenworp van het popperige straatje waar ik een kamer had betrokken.

Uitzicht vanuit de achterkant van het geboortehuis op de ‘boventuin’ en de stallen

en verder weg

Schrijversmusea
Door de twee romans over haar kindertijd, Sido en Het huis van mijn moeder heb ik Colette voorgoed in mijn hart gesloten. Ze schrijft met zulke mooie, zintuiglijke beelden over haar omgeving en gezinsleden: haar goedmoedige vader die een been had verloren in de oorlog (en die na zijn dood een ‘spook’-bibliotheek bleek te bezitten: een rij boeken met zijn naam op de rug die bij het openslaan helemaal leeg bleken), haar broers: ‘de wilden’, met wie ze eindeloos buiten rondhing, haar mysterieuze, volstrekt eenzelvige zus en en haar eigenzinnige, vooruitstrevende moeder, die ik soms bijna interessanter vond dan Colette zelf.

Misschien kwam mijn terughoudendheid ook door de angst dat de betovering van Colettes verhalen zou worden verbroken. Wat moest ik in dat dorpje, staande voor de façade van haar geboortehuis, die ik al zo vaak op foto’s had gezien? Het huis was niet toegankelijk voor bezoekers. En het Musée Colette... Een museum over een schrijver, wat kon daar boeiend aan zijn? Wat foto’s, haar nagebouwde kamer uit het Palais Royal, waar ze het einde van haar leven doorbracht? Het zei me niet zoveel.

Maar het Musée Colette, gevestigd in een heus kasteel, bleek verrassend informatief en mooi vormgegeven (iedere traptrede bevatte een titel uit haar oeuvre), en de tijdelijke tentoonstelling over Colette in de Eerste Wereldoorlog was rijk gedocumenteerd. Ik stuitte nota bene op de foto’s die als illustratie waren gebruikt vormden voor een tekst die ik op dat moment aan het vertalen was, ‘Rijkdommen in de woestenij’, waarin Colette op poëtische wijze een aangrijpende autotocht langs de slagvelden bij Verdun beschrijft, kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Typisch Colette: ze was niet feministisch, maar draaide haar hand niet om voor een rauw verslag over de oorlog, ruim een eeuw geleden. De bijbehorende foto’s had ik nooit gezien. Hier hingen ze zomaar voor mijn neus.

Musée Colette

Blauweregen
Maget wees links en rechts een paar huizen aan en vertelde over de bewoners en hun relatie tot de familie Colette – die een wat aparte positie in het dorp had doordat ze ontwikkelder en eigenzinniger waren dan de conservatieve dorpelingen. Het was bijzonder om als een van de laatsten door het huis in kale (en daardoor eigenlijk ‘authentiekere’) staat te lopen, voor de verbouwing. Om ineens in het donkere slaapkamertje van de kleine Colette te staan, dat met een trappetje vastzat aan de ouderlijke slaapkamer, wat wel symbolisch was voor de verhouding van moeder en dochter: alsof de navelstreng nooit was verbroken. In de vertrekken zijn alle oude behanglagen onderzocht, en op grond van teksten van Colette is vastgesteld welk behang er destijds op de muren hing. Zo zag ik het grijze behang met korenbloemen terug, waarvan ik de beschrijving tien jaar eerder in het Nederlands had vertaald:

Later die dag probeerde ik een glimp van de uitvoerig beschreven tuin op te vangen – in haar romans komen wel 100 plantennamen voor – maar die was niet te zien omdat hij achter een oude, metershoge muur lag.

Toen ik met mijn gastvrouw door het dorpje liep en juist moed verzamelde om te vragen of zij de buren van het huis van de Colettes misschien kende, zodat ik misschien een blik in de tuin kon werpen, wees ze op een man die kwam aanlopen: ‘Hé, daar is Frédéric Maget’. Hij is de drijvende kracht achter de Société des Amis de Colette, heeft meerdere boeken over haar uitgegeven en heeft zich beijverd voor de aankoop van het geboortehuis van Colette. Door zijn toedoen is het huis na mijn bezoek geheel in oude staat hersteld en voor het publiek opengesteld. Ik had al eens met hem gemaild en we raakten aan de praat. Of ik misschien een kijkje wilde nemen in het huis? Hij had de sleutel. Eh, als dat zou kunnen...!

Op het behang van de kamer, parelgrijs met blauwe korenbloemen, waren vlakbij het bed de sporen te zien van de lucifers die ’s nachts met achteloze ruwheid waren afgestreken door mijn zus met de lange haren.

In de tuin groeiden nog steeds struiken die Colette in haar boeken beschrijft, zoals een destijds al honderdjarige blauweregen, die het tuinhek geheel had verbogen. Deze struik is inmiddels dus al meer dan twee eeuwen oud, maar nog steeds alive and kicking; hij houdt het hek nog steeds in zijn greep:

Een stevig ijzeren hek achterin, langs de Rue des Vignes, had de twee tuinen moeten beschermen, maar ik heb het hek nooit anders gekend dan verbogen, uit het cement van de muur gerukt en door de onbedwingbare armen van een honderdjarige blauweregen meegevoerd en de lucht in geduwd...

Bossen en meren
De volgende dag maakte ik een wandeling in het bos – dampend en geurend van het onweer van de nacht ervoor – waar Colette als kind veel tijd doorbracht. Onderweg passeerde ik het ‘lavoir’, het dorpswashuis, een bouwwerk met oude balken waar ooit Colettes meisjeskleren werden gewassen door een van de dienstmeisjes die ze in haar boeken beschrijft.

Het oude washuis

Mijn Colette-minnende gastvrouw nam me in de auto mee naar een van de vele meren in de omgeving, naast een boerderij die vroeger van de familie Colette was geweest en waar ze vaak weekends doorbrachten. Ze stond er bovendien op mij voor mijn terugreis naar het dichtstbijzijnde treinstation (maar liefst 70 kilometer verderop) te brengen, zodat ik nog een prachtige tocht door de glooiende Bourgogne cadeau kreeg.

En zo stond ik een dagje later, na een huiveringwekkende treinreis waarbij de trein bijna ontspoorde (het kon dus nog erger dan op de heenweg), weer in ‘mijn’ 13de arrondissement in Parijs. Opgelucht dat ik nog leefde, maar vooral helemaal voldaan. Het vertaalt toch anders als je de details uit de teksten met eigen ogen hebt aanschouwd, het huis met het ‘manke’ bordes, het slaapkamertje, en als je hetzelfde pad door het bos hebt gelopen als de kleine Colette, die van haar moeder bij wijze van ‘cadeau’ in alle vroegte in haar eentje naar het bos mocht, waar ze als een soort roodkapje (maar dan met een blauw lint in haar haar) rondliep en zich gelukkig voelde:

Want ik hield toen al zó van de dageraad dat mijn moeder me er soms mee beloonde. Ik kreeg haar zover dat ze me om halfvier wekte, en dan ging ik op pad, een leeg mandje aan elke arm, naar de tuingronden die verscholen lagen in de smalle plooi van de rivier, naar de aardbeien, de zwarte bessen en de harige kruisbessen.

Om halfvier sliep alles in een ongerepte, vochtige en vaagblauwe gloed, en als ik de zandweg naar beneden afliep, omspoelde de nevel, die door zijn gewicht laag bleef hangen, mijn benen, dan mijn stevige bovenlijfje en bereikte mijn lippen, mijn oren en mijn neusvleugels, gevoeliger dan de rest van mijn lichaam... Ik ging alleen, want deze vrijzinnige streek kende geen gevaren. Op die weg, op dat uur werd ik me bewust van mijn prijs, van een onuitsprekelijke staat van genade en van mijn verstandhouding met het eerste zuchtje wind dat zich roerde, de eerste vogel en de pasgeboren zon, die nog een beetje ovaal was...

Autobiografische boeken over Colette in vertaling van Kiki Coumans:

Colette, De eerste keer dat ik mijn
hoed verloor, Privé domein (Arbeiderspers, 2017)

Colette, Sido (Vleugels, 2018)

Colette, Het huis van mijn
moeder (Vleugels, 2025)


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.